Accreditatiepunten en -nummers

Meerdere leertrajecten van de VGN academie zijn geaccrediteerd door het SKJ en Registerplein. Je kunt daarvoor accreditatiepunten behalen door de bijbehorende toets te maken. Heb je de toets behaald, dan:

  1. voer je aan het einde van de toets jouw naam en accreditatienummer in;
  2. download je vervolgens het certificaat en sla je het op;
  3. log je in bij skjeugd.nl of registerplein.nl;
  4. upload je het certificaat.

Hieronder vind je een overzicht van alle leertrajecten van de VGN academie waarmee je accreditatiepunten kunt behalen:


Kijk voor informatie over (her)registratie en accreditatiepunten op de website van het SKJ of het Registerplein.

Laatste wijziging: 20-11-2023

Toepassing van de leertrajecten van de VGN Academie


Deze instructievideo (animatie) ondersteunt je bij het maken van leertrajecten over een veelheid van onderwerpen in de gehandicaptenzorg. De leertrajecten van de VGN academie bestaan uit bouwstenen. Je ziet voorbeelden van maatwerktrajecten voor je organisatie, team en individuele medewerker.

Kijk voor deze instructievideo op ons youtube-kanaal of klik hier.

Attitude

Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Een basishouding, een attitude, is de manier waarop iemand zich gedraagt in bepaalde situaties ten opzichte van personen of gebeurtenissen. Het is hierbij belangrijk om iedereen op gelijkwaardige manier te behandelen. Stem wel af op de ander, want niemand is hetzelfde.

Een attitude bestaat uit wat je weet (kennis), wat je voelt (emotie) en wat je zult doen
(handelen). De attitude van een persoon blijkt dan uit de manier waarop deze zich gedraagt. Je attitude wordt gevormd door: karaktereigenschappen, opvoeding, invloed van anderen, kennis en levenservaring. Je eigen attitude beïnvloedt je in je eigen denken en handelen als mens en dus ook als professional in je handelen naar de cliënt toe.

Wat is het doel?

De deelnemer:

  • weet wat ‘attitude’ inhoudt;
  • weet wat een ‘veilige relatie’ inhoudt;
  • is zich bewust van zichzelf als instrument ten behoeve van zorg voor de cliënt;
  • is zich bewust van invloeden op een attitude (overdracht, tegenoverdracht,
    normen en waarden, goede dag en slechte dag, machtsverhouding);
  • is zich ervan bewust wanneer er verschillende zienswijzen zijn tussen cliënt,
    naasten, andere collega's en de deelnemer zelf;
  • kan het verschil benoemen tussen zichzelf als privé persoon en als professional;
  • kan bij zichzelf bevorderende en belemmerende signalen benoemen voor een attitude
    ten behoeve van de zorg voor de cliënt;
  • kan bij de cliënt signaleren wat voor de cliënt belangrijk is;
  • kan onderzoeken wat belangrijk is in een situatie;
  • kan het onderwerp ‘attitude’ bespreekbaar maken bij collega’s.

Autisme


Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Iemand met autisme verwerkt informatie anders en gaat anders met de omgeving om. Dit kan (flinke) spanningen geven bij de persoon zelf en/of bij zijn omgeving.

Het hebben van een dubbele diagnose, zoals autisme en een verstandelijke beperking, brengt specifieke hulpvragen en zorgpunten met zich mee. Ook vraagt deze dubbele diagnose om een op maat gemaakte benadering door de begeleiding. Door een aangepaste omgang met de cliënt en/of aanpassing in de omgeving van de cliënt kan het opvallende (negatieve) gedrag worden verminderd of zelfs worden voorkomen.

Wat is het doel?

De zorgprofessional: 

  •         weet wat autisme is;
  •        weet wat de kenmerken van autisme zijn;
  •        weet wat autisme betekent voor eigen handelen;
  •        kan autisme herkennen en signaleren;
  •        kan in zijn handelen en communiceren aansluiten bij de cliënt;
  •        kan objectief het gedrag observeren van de cliënt;
  •        observeert het gedrag van de cliënt om te begrijpen wat hij kan doen om aan te sluiten bij de cliënt;
  •        weet dat autisme een mogelijke verklaring kan zijn van getoond gedrag en kan op basis daarvan handelen;
  •        is sensitief en flexibel, zodat hij steeds kan kijken naar ‘wat kan ik doen’ en ‘hoe sluit ik aan bij de cliënt’, en reflecteert steeds op het effect;
  •        heeft een onderzoekende en nieuwsgierige houding jegens de cliënt. 

Bejegening bij voorbehouden en risicovolle handelingen

Bekijk hier de online presentatie van het leertraject

Wat houdt het leertraject in?

In dit leertraject leer je hoe je verschillende cliënten kan voorbereiden op en begeleiden bij een medische handelingen.

Wat is het doel?

Na het doorlopen van dit traject beheers je de volgende leerdoelen

  • Je weet wat de invloed van jouw eigen (non-)verbale houding is op de reactie van de cliënt.
  • Je bent in staat om de cliënt op passende wijze voor te bereiden op wat gaat komen.
  • Je weet hoe je een veilige en prikkelarme omgeving voor de cliënt creëert en wat daarvan het effect is.
  • Je weet hoe je met de cliënt in het hier en nu kunt zijn en raakt niet afgeleid door bijzaken.
  • Je bent in staat adequaat om te gaan met angst bij de cliënt.

BHV


Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

In dit leertraject maak je kennis met de belangrijkste thema’s rond BHV: Wat te doen bij brand? Eerste hulp en Ontruimen.

Je wordt klaargestoomd voor de fysieke training. Het leertraject maakt jou als BHV’er bewust van wat voor jou belangrijk is om te weten, zodat je weet hoe te handelen bij verschillende calamiteiten op jouw locatie. Je leert om goed om je heen te kijken en te herkennen waar mogelijk gevaren liggen. Daarnaast word je bewust van jouw verantwoordelijkheden als BHV’er. 

Wat is het doel?

De zorgprofessional kan: 

  •         benoemen welke aandachtspunten op het gebied van BHV voor hem persoonlijk van belang zijn;
  •        uitleggen waarom het belangrijk is om bewust te zijn van het beleid van zijn organisatie omtrent de Bedrijfshulpverlening aan collega’s en verwanten;
  •        benoemen wat zijn verantwoordelijkheden zijn bij een ontruiming van een locatie;
  •        benoemen welke acties hij moet ondernemen bij brand en calamiteiten;
  •        gevaarlijke situaties herkennen en deze voorkomen;
  •        het verschil benoemen tussen ‘Niet-Spoedeisende Handelingen' en ‘Spoedeisende Handelingen’.

Dagbesteding


Bekijk hier de online presentatie van het leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Bij het bepalen en begeleiden van de daginvulling wordt veelal geredeneerd vanuit de activiteiten. Door snel te willen handelen worden aannames gedaan en activiteiten gekozen zonder eerst oog te hebben voor de wensen van de cliënt. Om begeleiders beter in staat te stellen om de juiste match te vinden tussen cliënt en dagbesteding moet meer geredeneerd worden vanuit de cliënt. 

Om deze reden staat in dit leertraject het proces van het voortraject centraal. In dit voortraject is het belangrijk om in te kunnen schatten wat de wensen en behoeftes van de cliënt zijn, middels het stellen van de juiste vragen en zonder aannames te luisteren. Van daaruit kun je samen bepalen welke doelen er gesteld worden voor deze cliënt, hoe deze bereikt gaan worden, en welke ondersteuning jij als begeleider biedt.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • kent de verschillende doelgroepen;
  • begrijpt dat dagbesteding een integraal onderdeel is van iemands leven;
  • weet wat inclusiviteit inhoudt;
  • begrijpt de meerwaarde van een daginvulling;
  • weet het verschil tussen een indicatie en iemands vermogen;
  • begrijpt hoe dagbesteding samenwerkt met de participatieladder;
  • weet het verschil tussen inclusiegericht, persoonsvolgend en ontwikkelingsgerichte       dagbesteding;
  • begrijpt de eigen rol in het leven van de cliënt bij het invullen van de dag;
  • begrijpt dat iedere cliënt leerbaar is;
  • weet hoe je op creatieve wijze activiteiten kunt bedenken en een dagprogramma kunt maken;
  • weet hoe leren en ontwikkelen werkt;
  • weet hoe hij/zij de cliënt kan ondersteunen;
  • kan de persoon zien i.p.v. de beperking;
  • kan de cliënt loslaten zodat die zelf dingen kan uitproberen;
  • kan vertrouwen creëren bij de cliënt;
  • kan de cliënt enthousiasmeren en motiveren;
  • kan samenwerken met de cliënt en betrokken partijen;
  • kan verbinding maken met personen, bedrijven en collega’s;
  • is zich bewust van de sociale kaart in de buurt;
  • kan reflecteren op het eigen handelen en functioneren;
  • kan zich kwetsbaar opstellen richting de cliënt;
  • kan oordeelloos luisteren, nieuwsgierig zijn, vragen stellen en doorvragen;
  • kan coachend begeleiden;
  • kan zijn/haar grenzen aangeven.

De ouder wordende cliënt en Dementie


 


Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Wanneer cliënten met een verstandelijke beperking ouder worden neemt hun kwetsbaarheid toe. Dit leertraject maakt begeleiders attent op de signalen van veroudering en dementie en geeft handvatten om de kwaliteit van het leven van de cliënt zo hoog mogelijk te houden. Hiervoor heeft de begeleider kennis nodig over diverse onderwerpen, inzicht in het signaleren van bepaalde problematiek en handvatten om de cliënt verder te helpen. 

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • krijgt kennis over diverse onderwerpen omtrent ouder wordende cliënten en cliënten met dementie;
  • krijgt kennis over het signaleren van bepaalde problematiek;
  • krijgt handvatten toegereikt om de cliënt verder te helpen.

Ernstige meervoudige beperkingen (EMB)



Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

De doelgroep EMB is zeer divers. Dit leertraject is gebaseerd op de leidraad van VGN voor de omschrijving van de doelgroep. In alle gevallen is er sprake van een (zeer) ernstige verstandelijke beperking, (zeer) ernstige motorische beperkingen, bijkomende zintuiglijke problemen en prikkelverwerkingsstoornissen en algemene gezondheidsproblemen. Intensieve ondersteuning is altijd nodig bij alle aspecten van het dagelijkse leven gedurende dag en nacht.
De kwaliteit van leven van mensen met EMB wordt in grote mate bepaald door de kwaliteit van de relatie met de mensen die hen ondersteunen. Ze zijn afhankelijk van mensen die hen heel goed kennen en begrijpen. Samenwerking met ouders/verwanten en afstemming over de invulling van de zorg met de mentor is daarom van groot belang.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • kent de algemene kenmerken van de doelgroep EMB;
  • kan aansluiten bij de cliënt;
  • kent de problematiek waar de doelgroep mee te maken heeft;
  • kent de verschillen binnen de doelgroep;
  • weet welke signalen kunnen wijzen op pijn;

  • herkent signalen van moeilijk verstaanbaar gedrag en hebt kennis van mogelijke oorzaken;
  • heeft kennis van veroudering bij mensen met een EMB;
  • werkt persoonsgericht en heeft een ontwikkelingsgerichte visie op de cliënt met een EMB;
  • ziet de ouders/wettelijk vertegenwoordigers als belangrijkste kennisdragers van de cliënt en werkt nauw met hen samen;
  • heeft aandacht voor zowel fysiek als emotioneel welbevinden.

Ethisch handelen


Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

In Ethisch handelen leert de deelnemer de eigen waarden en normen te onderzoeken en daarop uit te wisselen met anderen en ethische dilemma's te herkennen en zich te verplaatsen in het perspectief van anderen (naasten, collega’s van andere disciplines en de cliënt zelf). Andere belangrijke aspecten zijn taal leren geven aan het ethische aspect van de zorg: dus benoemen wat van belang is (waarden), wat er op het spel staat en leren omgaan met het feit dat er niet altijd een oplossing is en een keuze ook schade met zich mee kan brengen. De deelnemer oriënteert zich op morele vragen in de werkpraktijk. Het Waardenkompas staat hierin centraal. De deelnemer krijgt tools, handvatten, voorbeeldsituaties en tips.

Over Ethisch handelen zijn twee leertrajecten: in Ethisch handelen - De experience wordt de inhoud in één interactieve bouwsteen aangeboden; in Ethisch handelen - De bouwstenen is deze inhoud opgeknipt in kleinere bouwstenen.

Wat is het doel?

De zorgprofessional: 

  •         leert om ethisch handelen te onderbouwen;
  •        leert zijn of haar eigen moraliteit te ontdekken (wat drijft hem of haar en wat vindt hij of zij nastrevenswaardig?);
  •        leert om morele vragen (bij zichzelf) te herkennen en krijgt handvatten om hiermee om te gaan, in zowel tools, vaardigheden, inzicht als taal;
  •        kan verschillende perspectieven (met andere waarden en normen) onderscheiden en innemen en is zich bewust van de waarde hiervan;
  •        leert dilemma's te herkennen en zelf te formuleren en krijgt handvatten/tools aangeboden om keuzes te kunnen onderbouwen en verantwoorden.

Gehechtheidsproblematiek

Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Gehechtheid is de affectieve band van kind met opvoeder waaraan het kind troost ontleent in tijden van angst en spanning. De band functioneert als buffer voor stress en is voorwaarde voor exploratie van nieuwe situaties en verdere ontwikkeling. In een veilige relatie heeft de jeugdige vertrouwen in de beschikbaarheid van de opvoeder, terwijl in een onveilige relatie dat vertrouwen ontbreekt. Gehechtheid ontwikkelt zich een leven lang en is in alle levensfasen aan de orde. Gehechtheid kan een leven lang fluctueren, afhankelijk van de beschikbaarheid van vertrouwenspersonen in de omgeving.

Een onveilige gehechtheid (gehechtheidsproblematiek) bij cliënten brengt specifieke hulpvragen en zorgpunten met zich mee. Ook vraagt gehechtheidsproblematiek om een op maat gemaakte benadering door begeleiders, die vooral van belang is voor effectieve stressregulatie bij de cliënt.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • heeft concrete handvatten die hij/zij kan inzetten binnen de begeleiding;
  • herkent gehechtheidsproblematiek;
  • biedt nabijheid voor de cliënt en is emotioneel beschikbaar;
  • ziet, hoort en erkent signalen vanuit de cliënt en is sensitief voor de innerlijke belevingswereld van de cliënt en is responsief en stemt hier handelen op af;
  • is op zoek naar de vraag achter de vraag van de cliënt;
  • kijkt hoe hij/zij gehechtheidsrelaties veiliger kan maken voor de cliënt;
  • kan een kalm brein houden;
  • is zich ervan bewust waar hij hulp nodig heeft en geeft dit aan binnen zijn team;
  • heeft inzicht in een mentaliseren-bevorderende basishouding.

Gespreksvaardigheden

Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Een goede samenwerking tussen professional, cliënt en familie/naasten is niet altijd vanzelfsprekend. Gespreksvaardigheden scheppen hiervoor de juiste voorwaarden. De cliënt heeft eigen behoeftes, voorkeuren, dromen. Om deze samen met de cliënt en zijn familie/naasten te realiseren, zijn goede gespreksvaardigheden cruciaal. Het is een praktisch middel om transparantie te behouden in de eigen rol en die van anderen, met bijbehorende verantwoordelijkheden en de te behalen doelen.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • weet wat het belang van communicatie en gespreksvaardigheden is;
  • weet dat goede/juiste gespreksvaardigheden cruciaal zijn voor acceptatie van de interventie en begrip bij cliënt en familie/naasten. Hierdoor bewerkstelligt men het gewenste effect;
  • weet dat men met gespreksvaardigheden dient aan te sluiten bij de cliënt en zijn familie/naasten;
  • kan bewust in contact treden met cliënt en familie/naasten;
  • kan onderzoeken waar het in het contact spaak loopt en interveniëren;
  • treedt in contact met cliënt en zijn familie/naasten;
  • is zich bewust van zijn rol, verantwoordelijkheid en het te bewerkstelligen doel, zodat hij in zijn contact kan aansluiten bij de cliënt/familie/naasten en door middel van gespreksvaardigheden op een gelijkwaardige manier in contact kan blijven.

Groepsdynamica


Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Als professional in de gehandicaptenzorg plaats je te allen tijde de zorg voor de cliënt centraal. Je werkt hierin nauw samen binnen verschillende groepen: collega’s binnen jouw team, het systeem van de cliënt en ketenpartners. Het begrijpen van groepsdynamica en de eerste stappen in het zorgen voor een gezonde groepsdynamica, kan bijdragen aan betere zorg voor de cliënt en een prettiger werkklimaat voor de professional.

Wat is het doel?

De zorgprofessional

  • weet waarom het belangrijk is om groepsdynamica te hanteren ten behoeve van de zorg voor de cliënt;
  • weet wat een gezond groepsklimaat inhoudt op gebied van:
    - cliënt: de groep van de cliënt;
    - professional: samenwerking met collega’s, team, organisatie;
  • is zich bewust van zijn/haar eigen triggers, krachten en valkuilen bij beïnvloeden van groepsdynamica en beïnvloed worden door groepsdynamica;
  • weet dat er een wisselwerking is tussen de dynamica binnen een groep cliënten en de dynamica tussen professionals;
  • Je kan signaleren wanneer groepsdynamica de zorg voor de cliënt beïnvloedt;
  • kan een basis van vertrouwen en kwetsbaarheid ten behoeve van gezonde groepsdynamica stimuleren;
  • kan eerste stappen zetten in het zorgen voor een gezond groepsklimaat op het gebied van:
    • de groep waarin de cliënt zich bevindt;
    • de groep waarin de professional zich bevindt;
  • kan reflecteren op het eigen handelen op het gebied van:
    • organisatie: het uitdragen van de visie van de organisatie in de groep;
    • cliënt: de groep waarin de cliënt zich bevindt;
    • professional: samenwerken met de groep waarin de professional zich bevindt in het team;
  • creëert een sfeer van vertrouwen en veiligheid t.b.v. een positieve groepsdynamiek van zowel de cliëntengroep als de groep professionals;
  • maakt onderwerpen gerelateerd aan groepsdynamica bespreekbaar.

Handen uit de mouwen voor LVB


Wat houdt het leertraject in?

Het (h)erkennen van een LVB is de eerste stap, maar hoe weet je dat dit de verklaring is van de aanpassingsproblemen? Het is belangrijk om zorgvuldig om te gaan met ‘labels’, maar ook om tijdig de juiste ondersteuning te bieden en aan te sluiten bij wat iemand nodig heeft. In dit leertraject maakt de professional een verdiepingsslag naar vroegherkenning, wat zijn de eerste signalen, wat doen je dan en wat zijn de voor- en nadelen? Je leert over screeningsinstrumenten en mogelijkheden om door te verwijzen voor diagnostiek, en het bespreken van deze mogelijkheden met de jeugdige en de ouders. Ook aan bod komt wat je als professionals kunt aanpassen in je taalgebruik en houding. Dit leertraject is ontwikkeld door het Landelijk Kenniscentrum LVB en is als aanvulling te gebruiken op het leertraject Licht Verstandelijke Beperking van de VGN academie voor professionaliteit.

Wat is het doel?

De zorgprofessional: 

  •         leert wat tijdige herkenning van een LVB is;
  •        leert wat het belang is van screeningsinstrumenten en welke je kunt inzetten;
  •        leert wat diagnostisch onderzoek is en hoe je doorverwijst naar een bevoegd diagnosticus;
  •        leert hoe je het gesprek aangaat met de ouder(s) van een kind met een LVB over screening en diagnostiek;
  •        leert hoe je passende ondersteuning kunt bieden, thuis en in de klas;
  •        krijgt tips voor het opdoen van communicatievaardigheden: houding en bejegening;
  •        krijgt handvatten voor onderwijsprofessionals in het onderwijs om te kunnen screenen op LVB-functioneren. 

Intramusculair en subcutaan injecteren

Bekijk hier de online presentatie van het leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Dit traject  bestaat uit een basisdeel en uit een specifiek deel voor subcutaan injecteren en een specifiek deel over intramusculair injecteren. De twee delen bevatten beide een interacteve video waarin alle stappen van het proces worden getoond. Het traject Injecteren kan worden afgesloten met een toets.

Wat is het doel?

Na het doorlopen van dit traject beheers je onder andere de volgende leerdoelen:

  • Je weet hoe je om kunt gaan met prikangst.
  • Je weet hoe de huid is opgebouwd.
  • Je weet in het algemeen hoe je moet monitoren na injecties.
  • Je kent het verschil tussen subcutane en intramusculaire injecties.
  • Je weet wanneer je kiest voor subcutaan danwel intramusculair injecteren.
  • Je weet in welke situaties er geen injectie mag worden gegeven aan de cliënt.

LACCS

Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Een goed leven voor iedereen met ernstige verstandelijke of meervoudige beperkingen (EVMB). Voor iedereen in de professionele zorg en onderwijs moet dát het streven zijn. Het LACCS-programma helpt je hierbij. Het geeft je de handvatten die je als begeleider nodig hebt, waarmee je daadwerkelijk het verschil kan maken voor mensen met EVMB.
Het LACCS-programma is ontwikkeld door De Geeter en Munsterman.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • weet voor welke doelgroep het LACCS-programma ontwikkeld is;
  • kent de visie van het programma;
  • weet waar de letters LACCS voor staan;
  • weet wat ‘een goed leven’ betekent in het LACCS-programma;
  • kent de LACCS-waarden voor elk LACCS-gebied;
  • kan bijdragen aan een goed-leven-gesprek;
  • beseft dat alle LACCS-gebieden even belangrijk zijn en wat dit in de pratijk betekent;
  • kent de ontwikkelingsfasen;
  • weet dat de ontwikkelingsfase van een cliënt en de wisselingen per moment worden
    besproken in een ontwikkelingsfasen-gesprek;
  • kan bijdragen aan een ontwikkelingsfasen-gesprek;
  • heeft een eerste beeld bij het handelen volgens het LACCS-programma;
  • kent de vijf principes die je helpen contact te maken met een cliënt.

Leefstijl en slaap

Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

In deze module helpen we de begeleider grip te krijgen op de dynamiek tussen slaap, voeding en beweging en de invloed op de mentale en fysieke gezondheid van de cliënt. Zowel algemene adviezen en richtlijnen voor gezonde voeding, voldoende bewegen en goede slaap komen aan bod als de invloed op het welzijn en de begeleiding rondom leefstijl.

Dit onderwerp bestaat uit losse onderdelen waarmee de begeleider zelf zijn/haar eigen leerpad binnen Leefstijl en slaap kan maken.  Er is een podcast om te luisteren, dit kan op elk moment, ook onderweg. Er zijn diverse opdrachten die je helpen te werken aan een gezondere leefstijl voor een specifieke cliënt. Er is algemene informatie over leefstijl en slaap en er is een game. De medewerker kan dus op verschillende manieren aan de slag, door theorie tot zich te nemen, te leren van de ervaringen van anderen en door aan de slag te gaan in de praktijk.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • kent de richtlijnen voor bewegen en gezonde voeding;
  • kan beoordelen in welke mate cliënten aan de richtlijnen voor gezonde voeding en beweging voldoen;
  • kan (samen met de cliënt) onderzoeken welke kleine mogelijkheden voor een gezondere leefstijl er zijn;
  • is creatief in het, in kleine stapjes, stimuleren van gezonde voeding en beweging;
  • kan de leefstijl, inclusief slaap, voor een cliënt analyseren met het team en samen actiepunten bedenken;
  • is zich bewust van zijn/haar voorbeeldrol en hoe hij/zij met zijn/haar eigen gedrag het gedrag van cliënten positief kan beïnvloeden;
  • weet wanneer hij/zij (welke) experts of andere professionals kan en moet betrekken;
  • begrijpt de wisselwerking tussen voeding, beweging en slaap;
  • heeft kennis van slaap en het belang van slaap;
  • weet welke informatie in de nacht relevant is voor de collega’s van overdag;
  • realiseert zich dat verstoringen invloed hebben op de kwaliteit van slaap;
  • heeft kennis van een goede slaaphygiëne (goede slaapgewoonten en omgevingskenmerken die bevorderend zijn voor goede slaap);
  • kan beoordelen in welke mate de omgeving van een cliënt aan de voorwaarden voor goede slaap voldoet.

Licht Verstandelijke Beperking


Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Mensen met een Licht Verstandelijke Beperking (LVB) vormen een aparte doelgroep binnen de zorg. Werken met deze doelgroep vraagt kennis van de beperkingen en mogelijkheden en de vaardigheid om hierbij aan te sluiten. Belangrijke onderwerpen zijn de regie over het leven, het inschatten van mogelijkheden en aansluiten bij de belevingswereld.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • is zich meer bewust van zijn eigen gedrag en de effecten daarvan op de cliënt. Reflectief vermogen en zelfbewust handelen zijn dan ook belangrijke focusgebieden;
  • krijgt meer inzicht en kennis wanneer er inhoudelijke verdieping nodig is. Deze inzichten en kennis worden altijd gekoppeld aan de dagelijkse praktijk. Het leren is sterk ervaringsgericht. Het resultaat is dat de zorgprofessional zich sterker voelt en zelfbewuster werkt.

LVB & extra uitdagingen en risico's


Wat houdt het leertraject in?

Problemen heeft iedereen. Maar met een LVB is de kans op schooluitval, geen werk of dagbesteding, schulden en armoede en/of criminaliteit een stuk groter. In dit leertraject zoom je in op de bijkomende problematiek die veel voorkomt. Hoe komt het bijvoorbeeld dat licht verstandelijk beperkte jeugdigen vaker uitvallen op school of later moeite hebben met het vinden en behouden van werk? En als we het hebben over criminaliteit, zijn jeugdigen met een LVB dan slachtoffer of dader? Dit leertraject is ontwikkeld door het Landelijk Kenniscentrum LVB en is als aanvulling te gebruiken op het leertraject Licht Verstandelijke Beperking van de VGN academie voor professionaliteit.

Wat is het doel?

De zorgprofessional: 

  •         leert wat risico’s zijn van een LVB voor de schoolgang van jeugdigen;
  •        leert wat uitdagingen zijn in een (gezonde) vrije tijdsbesteding van jeugdigen met een LVB;
  •        leert wat knelpunten zijn in het vinden en behouden van werk;
  •        leert wat risico’s zijn van een LVB in het ontstaan van financiële problematiek;
  •        leert wat risico’s zijn van een LVB in het ontstaan van criminaliteit en/of uitbuiting;
  •        krijgt handvatten over hoe met de bovenstaande risico’s en uitdagingen rekening te houden.

LVB & GGZ


Wat houdt het leertraject in?

Jeugdigen en (jong)volwassenen met een LVB hebben drie tot vier keer meer kans op het ontwikkelen van psychische problematiek. En ongeveer 30 à 50% van de mensen met een LVB heeft psychische problemen (gehad). Na een korte opfrisser over LVB ga je in op de samenhang tussen LVB en psychische problematiek. Aan de hand van casuïstiek bekijk je welk gedrag waardoor verklaard kan worden. Dat kan soms een ingewikkelde puzzel zijn. We spreken dan van diagnostic overshadowing: het onvermogen om een aandoening te duiden, omdat symptomen worden toegeschreven aan een andere, overheersende aandoening. Iets wat in geval van LVB vaker voorkomt en gevolgen kan hebben voor een juiste ondersteuning of behandeling. Na dit leertraject heb je een globaal idee van het samenvallen van een LVB en psychische problemen en de complexiteit van juiste herkenning en duiding. Hierdoor zullen jeugdigen met een LVB en psychische problematiek eerder de juiste hulp krijgen binnen de GGZ of de gehandicaptenzorg. Dit leertraject is ontwikkeld door het Landelijk Kenniscentrum LVB en is als aanvulling te gebruiken op het leertraject Licht Verstandelijke Beperking van de VGN academie voor professionaliteit.

Wat is het doel?

De zorgprofessional: 

  •         leert wat een LVB is a.d.h.v. IQ en adaptieve vaardigheden;
  •        leert wat de samenhang is tussen een LVB en psychische problemen;
  •        leert hoe je een LVB onderscheidt van psychische problemen;
  •        krijgt handvatten en informatiebronnen over LVB en GGZ.

LVB en verslaving


Wat houdt het leertraject in?

'LVB en verslaving' vergroot jouw kennis en inzicht over het belang van alertheid op het gebied van LVB en verslaving. Je ontdekt hoe behandeling en bejegening zou moeten gaan in de praktijk en wat dit betekent voor jouw handelen op de werkvloer. Je gaat ook aan de slag met de aandachtspunten en het belang van de samenwerking met anderen zoals ketenpartners.

Wat is het doel?

Na het doorlopen van dit traject weet je:

  • de karakteristieke kenmerken van cliënten met een LVB en problematisch middelengebruik te herkennen en dit te vertalen naar wat dit vergt in behandeling en bejegening;
  • hoe je een goede basis kunt creëren tijdens de intake, om een cliënt met een LVB zo veel mogelijk te committeren aan de behandeling van middelengebruik;
  • hoe je overschatting kunt voorkomen, door aan te sluiten op het sociaal-emotioneel niveau en daarmee op wat iemand kan en niet kan;
  • hoe je ondersteunend kunt handelen wanneer de cliënt met een LVB gebruikt heeft;
  • hoe samengewerkt kan worden met het steunsysteem, de vertrouwenspersoon en de keten ter ondersteuning van de cliënt met een LVB.

Mediawijsheid

Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Mediawijsheid staat voor de verzameling competenties die je nodig hebt om actief,  kritisch én bewust te kunnen deelnemen aan de mediasamenleving. Bijna iedereen in onze maatschappij gebruikt (sociale) media. Ook cliënten vinden hier plezier in. De media zitten bomvol mogelijkheden en kansen, maar er kleven ook risico’s aan. Iedereen die online actief is, loopt het risico om op een bepaalde manier slachtoffer te worden van een vorm van misbruik. En van mensen met een verstandelijke beperking weten we dat ze soms te snel van vertrouwen zijn, makkelijk te beïnvloeden zijn en situaties moeilijk kunnen inschatten. Dat maakt ze extra gevoelig voor online risico's. Hoe begeleid je cliënten in het gebruik van de verschillende mediaplatformen? Het is belangrijk dat je als begeleider de juiste attitude en vaardigheden hebt om cliënten te begeleiden.

Wat is het doel?

De deelnemer:

  • Kan benoemen wat de noodzaak en het belang van mediawijsheid zijn voor zowel begeleiders als cliënten.
  • Kan in eigen woorden uitleggen hoe je een veilige sfeer kunt creëren waarin het onderwerp oordeelloos besproken kan worden.
  • Kan benoemen hoe mediawijsheid geïntegreerd is in de dagelijkse omgang met cliënten binnen de eigen zorgorganisatie en hoe dit verbeterd kan worden.
  • Kan aan de hand van de MediaDiamant inschatten welke kansen en risico’s er zijn voor een cliënt en hoe hiernaar te handelen.
  • Kan cliënten begeleiden in het deelnemen aan de inclusieve mediasamenleving door de juiste benadering te kiezen en vragen te stellen.

Medicatieveiligheid

Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Medicatieveiligheid geeft inzicht, besef en duidelijke informatie over het belang van medicatieveiligheid op de werkvloer. Je ontdekt wat dit betekent voor jouw handelen op de werkvloer en waar je op kunt letten. Je gaat ook aan de slag met de aandachtspunten en de risico's en gaat hierover in gesprek met collega's.
Dit leertraject bestaat uit veertien bouwstenen waarmee opleiders en/of deelnemers hun eigen leerpad kunnen creëren.

Wat is het doel?

Je gaat aan de hand van basiskennis, verdieping, leren in de praktijk, reflecteren, samen leren en
naslag onderdelen doorlopen die horen bij ‘Medicatieveiligheid’:

  • Je weet wat veilig handelen met medicatie betekent.
  • Je weet welke risico’s er kunnen spelen bij het werken met medicatie:
    - momenten en omstandigheden;
    - BEM-codes;
    - bijwerkingen.
  • Je bent je er bewust van dat medicijnen verschillende uitwerkingen kunnen hebben op cliënten.
  • Je weet dat er verschillende soorten/categorieën medicatie zijn.
  • Je hebt kennis van het beleid en het medicatieproces binnen de eigen organisatie en weet waar je die kunt vinden.
  • Je bent je bewust van je eigen verantwoordelijkheid bij het werken met medicatie.
  • Je kunt benoemen wat je verantwoordelijkheid is binnen medicatieveiligheid.
  • Je kunt aandachtspunten benoemen die ertoe kunnen leiden dat de medicatieveiligheid in het geding komt (observeren).
  • Je kunt fouten signaleren met betrekking tot het delen van medicatie (signaleren).
  • Je durft feedback te geven aan collega’s en met hen in gesprek te gaan over medicatieveiligheid (proactief handelen).
  • Je zoekt proactief contact met de de arts/apotheker en doktersassistente wanneer je twijfels hebt over medicatie (proactief handelen).
  • Je kunt adequaat handelen na een medicijnincident (proactief handelen).
     - Je weet welke route te volgen bij een medicijnincident
  • Je hebt een proactieve houding om medicatieveiligheid te waarborgen voor een gezonde en gelukkige cliënt.


Medische alertheid bij agogisch opgeleiden


Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

In het leertraject Medische alertheid bij agogisch opgeleiden komen verscheidene bouwstenen aan bod die begeleiders de nodige kennis en handvatten geven om hun medische alertheid te vergroten, en hier juist naar te handelen. Dit betekent dat de agogisch opgeleiden weten hoe ze een medische oorzaak voor problemen kunnen signaleren, weten hoe dit te rapporteren en hier opvolging aan te geven.

Wat is het doel?

Het doel van dit leertraject is dat jij als agogisch opgeleide begeleider weet hoe je een medische oorzaak voor problemen kunt signaleren, hoe je dit moet rapporteren en hoe je hier opvolging aan dient te geven. Dit betekent dat een begeleider:

  • kan toelichten wat het belang is van medische alertheid in zijn/haar werk;
  • kan uitleggen wat het belang is van het kennen van het normale gedrag van een cliënt voor medische alertheid;
  • alarmsignalen herkent, een intern niet-pluisgevoel of verandering van gedrag kan identificeren en vaststellen welke acties in dat geval nodig zijn;
  • gedragsproblemen kan interpreteren als gevolg van een medische oorzaak;
  • de belangrijkste/meest voorkomende medische symptomen (en hun oorzaken?) kan identificeren;
  • aan de hand van vermoedens van een medische oorzaak de juiste (vervolg)acties kan vaststellen;
  • kan benoemen wie hij kan, mag en moet betrekken bij vermoedens van een medische oorzaak;
  • op basis van vermoedens van een medische oorzaak kan onderscheiden wat en op welke wijze te communiceren naar medische specialisten;
  • zijn/haar bevindingen kan overdragen door tijdig en volledig te rapporteren.


Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling


Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

De wet Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling bespreekt hoe professionals om moeten gaan met vermoedens van geweld.
Deze module bespreekt de rol van de begeleider bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling en leer  je de vijf stappen van de wet Meldcode én de afwegingen uit het afwegingskader kennen. Je leert hoe je hiermee om gaat en wat jouw rol is.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • realiseert zich wat het belang is van de meldcode in haar/zijn werk;
  • kent de verschillende vormen van huiselijk geweld;
  • weet wanneer de meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling wel en niet van toepassing is;
  • begrijpt de stappen van de meldcode;
  • is bekend met de specifieke signalen van deze doelgroep;
  • is alert op signalen die op huiselijk geweld kunnen duiden;
  • herkent signalen van huiselijk geweld bij de verschillende doelgroepen (lvb-mvb-evb en ambulant/intramuraal);
  • weet wie zij/hij kan, mag en moet betrekken bij vermoedens van huiselijk geweld en/of kindermishandeling;
  • begrijpt het belang van een open gesprek met de betrokkenen;
  • weet wat zij/hij vooral wel en niet moet doen en zeggen in gesprek met de betrokkenen;
    weet dat waarheidsvinding geen doel is voor de begeleider en dat je dit niet mag doen tijdens een gesprek;
  • kent de praktische verschillen tussen waarheidsvinding en een open, oordeelloos gesprek en hoe die tot uiting komen in een gesprek;
  • is bekend met het afwegingskader en de meldnormen;
  • weet wat Veilig Thuis met een melding doet en niet doet;
  • beseft dat een melding maar een deel van het werk is, de begeleiding gaat dan ook verder;
  • is zich bewust van momenten waarop handelingsverlegenheid bij haar/hemzelf een rol speelt.

Methodisch werken


Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Methodisch werken is een belangrijke basis in het werk in de gehandicaptenzorg. Het blijkt niet altijd even makkelijk of vanzelfsprekend om methodisch werken toe te passen in de dagelijkse praktijk. Deze module besteedt aandacht aan de methodische cyclus en geeft aparte aandacht aan observeren en rapporteren.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • erkent en ervaart het belang van methodisch werken;
  • kan de cyclus van methodisch werken toepassen in de dagelijkse pratijk en in het werken met begeleidingsplannen;
  • kan objectief observeren en rapporteren n.a.v. een doel in het begeleidingsplan;
  • kan proactief handelen in plaats van reactief door de methodische werkwijze;
  • is in staat tijdig en volgens de richtlijnen het begeleidingsplan op orde te hebben;
  • kan evalueren op eerder gestelde doelen;
  • kan, samen met de cliënt, wettelijk vertegenwoordiger en/of andere betrokkenen, concrete doelen formuleren in het begeleidingsplan;
  • kan helder overbrengen aan collega’s aan welke doelen en aan welk perspectief er gewerkt wordt voor een cliënt;
  • is in staat input te verzamelen die nodig is voor evaluatie en/of bijstellen doelen;
  • kan wensen van de cliënt en/of de wettelijk vertegenwoordigers vertalen in kleine, haalbare doelen die richting geven voor het dagelijks begeleiden van de cliënt.

Middelengebruik




Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Ook door mensen met een verstandelijke beperking worden verslavende middelen gebruikt. Vaak zijn zij minder goed in staat hun gebruik te reguleren. Het bespreekbaar maken van middelengebruik en de begeleiding bij overmatig gebruik is bij sommige doelgroepen een belangrijk aspect. In dit leertraject worden diverse verslavende middelen, de fasen van gebruik, de werking in het brein bij middelen en verslavingen behandeld. 

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • heeft basiskennis (onder andere over soorten middelen, fasen van gebruik, de effecten van gebruik op het leven) over middelengebruik en verslaving in relatie met cliënten met een (L)VB; 
  • is zich bewust van zijn eigen overtuigingen, normen en waarden op het gebied van middelengebruik; 
  • heeft inzicht in het effect van zijn overtuigingen, normen en waarden op zijn handelen als professional;
  • kan gedrag van de cliënt rondom middelengebruik bespreekbaar maken zowel met de cliënt, het netwerk van de cliënt als tussen collega’s.


Deze e-learning kan worden afgesloten met een toets en een certificaat ter registratie bij het SKJ.

Moeilijk Verstaanbaar Gedrag (MVG)

Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

In deze module gaan we uit van de aanbevelingen in de ‘Multidisciplinaire Richtlijn Probleemgedrag bij Volwassenen met een Verstandelijke Beperking’. Hieruit volgt een multidisciplinaire benadering van het MVG én een brede, meervoudige en specifieke blik. MVG kan alleen begrepen worden als je zowel naar de persoon zelf als naar de hele omgeving en context kijkt. Bij het begrijpen van MVG spelen niet alleen feiten maar ook de verschillende belevingen, meningen en emoties rondom het MVG en de persoon met MVG een rol. Er moet altijd gekeken worden naar specifiek gedrag van deze ene persoon in deze specifieke context.
De module bevat bouwstenen die zich expliciet richten op de directe begeleiders van de cliënt met MVG én bouwstenen die zich richten op de gedragsdeskundigen en teamleiders. Beide groepen hebben hun eigen rol in de begeleiding van mensen met MVG en de bouwstenen richten zich op kennis die nodig is voor de uitvoering van die rol.

Wat is het doel?

De deelnemer:

  • weet wat MVG is;
  • weet dat MVG altijd ontstaat door een combinatie van factoren, zowel factoren binnen de
    cliënt als vanuit de context én de interactie daartussen;
  • kent voorbeelden van factoren die het MVG verminderen en factoren die het
    instandhouden of verergeren;
  • kan reflecteren op zijn/haar eigen benadering van cliënten met MVG;
  • is zich bewust van eigen emoties in het omgaan met MVG.

Moeilijk Verstaanbaar Gedrag - De beeldvormer


Dit leertraject bevat een uitgebreide bouwsteen: De Beeldvormer. Dit is een aanvulling op het bestaande leertraject Moeilijk Verstaanbaar Gedrag.

Wat houdt het leertraject in?

De Beeldvormer is een hulpmiddel om alles wat samenhangt met probleemgedrag te
inventariseren. Probleemgedrag is complex. De uitlokkende, instandhoudende en
beschermende factoren die een relatie kunnen hebben met het probleemgedrag zijn
voor iedere cliënt anders. Daarom is het vaak niet eenvoudig om hier grip op te krijgen.
Eigenschappen van de cliënt en de omgeving spelen hierin een rol. Je kunt het gedrag
vanuit verschillende theorieën en perspectieven bekijken. Bijvoorbeeld vanuit medisch,
psychiatrisch, psychologisch of holistisch oogpunt. Iedere betrokkene heeft zijn eigen
beleving, betekenisgeving, normen, waarden en belangen.
Al die factoren zijn belangrijk om een helder beeld van de cliënt te kunnen vormen. Dit
beeld vorm je nooit alleen, je doet dat altijd in interdisciplinair verband. Dit houdt in dat je
niet uitsluitend vanuit jouw eigen referentiekader kijkt, maar ook vanuit een collega van
een andere discipline. Daarbij helpt de Beeldvormer om te kijken naar wat je kunt
bijdragen om met het probleemgedrag om te kunnen gaan of hoe je het probleem dat de
ander ervaart kunt verminderen.

Wat is het doel?

Door het gebruiken van de Beeldvormer wordt de zorgprofessional ondersteund in het in
kaart brengen van alle uitlokkende, instandhoudende en beschermende factoren die een
relatie kunnen hebben met het probleemgedrag.

Mondzorg


Bekijk hier de online presentatie over dit onderwerp

Wat houdt het leertraject in?

Een gezonde mond is voor iedereen belangrijk. Mondproblemen hangen samen met diverse lichamelijke klachten. Een gezonde mond kan bijdragen aan de kwaliteit van leven. Mensen met een verstandelijke beperking hebben vaak allerlei bijkomende problemen, ook in de mond. Daarom is juist bij deze groep een goede mondzorg van belang.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • kent het belang van een gezond gebit;
  • weet hoe de mond gezond gehouden wordt;
  • heeft kennis van de wisselwerking tussen specifieke fysieke klachten en mondzorg;
  • kent specifieke mondzorgproblemen bij het Syndroom van Down;
  • is zich bewust van de invloed van medicatie op de mondgezondheid;
  • herkent de belangrijkste mondproblemen;
  • kent de diverse hulpmiddelen die behulpzaam zijn bij mondverzorging;
  • maakt een bewuste keuze voor hulpmiddelen bij de mondverzorging.

Motiverende gespreksvoering bij cliënten met een LVB

Wat houdt het leertraject in?

Het is soms lastig om cliënten te motiveren tot gedragsverandering. Motiverende gespreksvoering kan hierbij helpen. Het is een manier van hulpverlenen. Motiverende gespreksvoering bij cliënten met een LVB richt zich op ambivalentie bij de cliënt door middel van gespreksvoering. Je ontdekt welke vier verschillende processen hierbij horen en hoe je hiermee kunt werken aan het herstel van de cliënt.

Motiverende gespreksvoering bij cliënten met een LVB bestaat uit 18 bouwstenen waarmee opleiders en/of deelnemers hun eigen leerpad kunnen creëren.

De GGZ Ecademy heeft dit leertraject voor de GGZ ontwikkeld. De VGN Academie heeft een gebruiksrecht. Het leertraject is zoveel mogelijk aangepast aan het didactische model van de VGN Academie.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • is bekend met de aandachtspunten voor motiverende gespreksvoering bij mensen met een LVB;
  • heeft kennis van de manier waarop de MGV-technieken gebruikt kunnen worden bij mensen met een LVB;
  • weet hoe je iemand met een LVB kunt begeleiden bij zijn veranderproces.


Ogen open voor LVB


Wat houdt het leertraject in?

Een LVB zie je niet. Juist die onzichtbaarheid kan in combinatie met de beperking zorgen dat jeugdigen en (jong)volwassenen langdurig overvraagd worden. Op termijn leidt dit vaker tot negatieve gevolgen als schooluitval, schulden, psychische problematiek of criminaliteit. Dit heeft een enorme impact op het persoonlijke leven van mensen met een LVB èn de samenleving als geheel. Veel van deze problemen kunnen we voorkomen. Dat vraagt kennis en tijdige (h)erkenning van een LVB. Dit leertraject is er daarom voor iedereen die beroepsmatig in aanraking komt met jeugdigen of jongvolwassenen met een (vermoedelijke) LVB. Dit leertraject is ontwikkeld door het Landelijk Kenniscentrum LVB en is als aanvulling te gebruiken op het leertraject Licht Verstandelijke Beperking van de VGN academie voor professionaliteit.

Wat is het doel?

De zorgprofessional leert: 

  •         wat de relevantie is van het herkennen van een LVB;
  •        wat knelpunten kunnen zijn in het leven van jeugdigen en (jong)volwassenen met een LVB;
  •        wat een LVB is a.d.h.v. IQ en adaptieve vaardigheden;
  •        welke kenmerken en signalen bij een LVB kunnen horen;
  •        wat onder- en overvraging is en hoe je hier mee omgaat;
  •        welke handvatten en informatiebronnen beschikbaar zijn.   

Omgaan met spanningsvol gedrag

Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

'Omgaan met spanningsvol gedrag' geeft inzicht, besef en bewustwording over de invloed van spanningsvol gedrag op de werkvloer. Je ontdekt het belang van het tijdig herkennen van signalen en hiernaar te handelen. Je gaat ook aan de slag met de invloed van spanningsvol gedrag vanuit de cliënt op jou en andersom.
'Omgaan met spanningsvol gedrag' bestaat uit 12 bouwstenen waarmee opleiders en/of deelnemers hun eigen leerpad kunnen creëren.

Wat is het doel?

De deelnemer

  • weet welke vijf spanningsniveaus er zijn;
  • heeft inzicht in hoe spanningsvol gedrag zich opbouwt en hoe dit te herkennen bij de cliënt; 
  • is zich bewust van het belang om tijdig, in de eerste fases, te handelen om te voorkomen dat de spanning verder opbouwt;
  • is zich bewust van jouw eigen stressmechanisme en het effect hiervan op zichzelf en anderen;
  • is zich bewust van het mogelijk vervallen in oude, niet-helpende patronen en gedrag als spanningsvol gedrag zich aandient;
  • is zich ervan bewust dat hij zijn eigen instrument is in het reguleren van spanningsvol gedrag; is zich bewust van zijn invloed op de interactie met de cliënt (verbaal en non-verbaal) en plaatst het ontstaan van spanningsvol gedrag niet buiten zichzelf;
  • is zich er ook van bewust dat nieuwe patronen kunnen ontstaan als de cliënt geen houvast heeft voor zijn eigen stressmechanisme;
  • kan spanningsopbouw, bij zowel de cliënt als zichzelf, signaleren;
  • kan proactief handelen naar aanleiding van signalen bij zichzelf en de cliënt;
  • kan bewust de eigen grenzen aangeven wanneer deze worden bereikt en hier op passende wijze naar handelen;
  • is in staat om congruentie te creëren in verbaal en non-verbaal gedrag bij spanning;
  • kan vanuit het thema ‘sensitiviteit en responsiviteit’ het gesprek voeren over spanningsvolle situaties met naasten en collega’s;
  • is proactief en richt zich op de preventie van spanningsvol gedrag;
  • blijft te allen tijde in contact met de cliënt of betrekt anderen hierin;
  • staat open voor zelfreflectief handelen (en oud, niet-helpend gedrag of patronen te
    doorbreken);
  • intervenieert al op signalen van spanningsvol gedrag in plaats van te wachten tot dit gedrag tot uiting komt.

Omgaan met verlies en rouw


Bekijk hier de online presentatie van het leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Verlies en rouw zijn onderdeel van ieders leven en hebben emotionele gevolgen. Dat geldt ook voor mensen met een verstandelijke beperking. Het kan gaan om rouw door het overlijden van een dierbare, maar ook om afscheid van een begeleider, een woning en/of buren bij een verhuizing, of om verlies van wat nooit zal zijn of zal komen (levend verlies), verlies dat niet erkend wordt (verborgen verlies) of uitgestelde rouw door het niet erkennen en omgaan met verlies.

Hoe begeleid je een cliënt op de juiste manier? En hoe zorg je ervoor dat het gemis de aandacht krijgt dat het nodig heeft? En welke invloed heeft jouw eigen ervaring en kijk op verlies en rouw? In dit leertraject vind je bouwstenen die jou kunnen helpen bij het vinden van de juiste houdingen, kennis en vaardigheden om dit te kunnen doen.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • begrijpt en erkent het belang van rouw;
  • begrijpt dat verdriet er mag zijn en dat niet alles altijd leuk hoeft te zijn;
  • begrijpt dat je verlies of rouw niet oplost, maar er mee om leert te gaan;
  • begrijpt dat er geen goede of foute manier is om met verlies of rouw om te gaan;
  • begrijpt dat jouw eigen ervaringen en verwerkingsmanieren invloed kunnen hebben op jouw begeleiding van anderen in rouw;
  • weet welke verschillende soorten van verlies er zijn;
  • weet wat rouw is en kent de verschillende rouwmodellen;
  • weet welke rol emoties spelen bij het omgaan met verlies en rouw;
  • weet welke verschillende rituelen er zijn voor het omgaan met verlies en rouw;
  • weet welke culturele verschillen er zijn in de beleving en het omgaan met rouw;
  • weet op welke manieren je cliënten en naasten kunt ondersteunen in hun rouw;
  • kan het gesprek aangaan over verlies en rouw met cliënten, naasten en andere zorgprofessionals;
  • kan de manier van omgaan met verlies of rouw laten aansluiten bij de cliënt;
  • kan verborgen verlies bij een cliënt herkennen en erkennen;
  • kan vanuit de levenslijn van de cliënt verlies of rouw herkennen en passende keuzes maken voor de begeleiding daarvan.

Persoonlijk leiderschap


Bekijk hier de online presentatie van het leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Persoonlijk leiderschap gaat over zelfkennis. Je bent als zorgprofessional jouw eigen werkinstrument. Hoe beter jij jezelf kent, hoe beter je dat kunt inzetten. Zo kun je navigeren in jouw werk en vol werkplezier jouw talenten in de steeds veranderende zorg blijven inzetten. Vaak wordt de term persoonlijk leiderschap geassocieerd met personen in een leidinggevende positie. Echter, persoonlijk leiderschap is een term die voor iedereen van belang is, ongeacht wie je bent of wat je doet.

Wat is het doel?

De zorgprofessional: 

  •        leert om persoonlijk leiderschap te ontwikkelen en proactief zijn bewustzijn vergroten rondom eigen behoeften, emoties, drijfveren, kwaliteiten, zelfkennis, talent en werkplezier;
  •       krijgt inzicht in hoe er met persoonlijk leiderschap sturing kan worden gegeven aan zijn rol in de veranderende samenleving en organisatie, om op die manier een betekenisvol leven voor cliënten te bevorderen.

Psychische stoornissen en trauma


Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject.

Wat houdt het leertraject in?

Mensen met een verstandelijke beperking vormen in een aantal opzichten een kwetsbare groep en dat uit zich ook in psychische stoornissen. Bij mensen met een verstandelijke beperking komen psychische- en gedragsstoornissen namelijk relatief vaak voor. Daarnaast kunnen cliënten ook last hebben van een trauma dat doorspeelt in hun gedragingen. Met een juiste benadering en kennis van zaken kunnen waarschijnlijk veel problemen voorkomen worden of leiden tot vermindering daarvan. Het is daarom belangrijk dat jij, als begeleider van mensen met een verstandelijke beperking, kennis krijgt over de symptomen en effecten van psychische stoornissen en trauma bij deze doelgroep. 

Wat is het doel?

Het doel van dit leertraject is dat jij als begeleider psychische stoornissen en symptomen van trauma kunt herkennen en signaleren bij cliënten en weet hoe hier naar te handelen.  

Dit betekent dat:  

  • je kan uitleggen dat gedrag vanuit verschillende invalshoeken bekeken en verklaard kan worden waaronder de ‘psychiatrische invalshoek’;
  • je kan benoemen hoe psychische stoornissen en trauma zich kunnen uiten bij cliënten;  
  • je op hoofdlijnen kan benoemen welke psychische stoornissen en symptomen van trauma er zijn;
  • je het gedrag van een cliënt kan evalueren vanuit de psychiatrische invalshoek om te herkennen of er sprake is van een psychische stoornis of achterliggend trauma;
  • je kan handelen en je begeleidingsstijl kan aanpassen aan de cliënt en achterliggende (psychische of traumatische) oorzaken.  


Rapporteren

Bekijk hier de online presentatie van het leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Rapporteren is een belangrijk onderdeel in de methodische cyclus en in het werken met personen met een beperking. Hoe ziet een goede rapportage eruit, wat vermeld je er wel en wat juist niet in? Wat is het doel van rapporteren? Teambreed moet er meer aandacht komen voor het hoe en waarom van rapporteren. Dit leertraject levert hier een bijdrage aan en faciliteert in het op gang laten komen van een gesprek binnen het team.

Wat is het doel?

Na het doorlopen van alle onderdelen, beheers je onder andere de volgende leerdoelen:

  • Je realiseert je wat het belang is van rapporteren in je werk, het werk van collega’s en het leven van de cliënt.
  • Je begrijpt het doel en belang van rapporteren voor alle betrokkenen bij een cliënt.
  • Je kunt het doel en belang van rapporteren voor het team/de organisatie benoemen.
  • Je bent je bewust van op welke manier rapporteren al dan niet een belangrijke rol speelt in de dagelijkse praktijk.
  • Je weet uit welke onderdelen een relevante rapportage bestaat.
  • Je kunt zelfstandig een relevante rapportage schrijven en hebt daarmee geoefend.
  • Je weet welke informatie wel én niet in een (medische) rapportage thuishoort.
  • Je weet waar je rapporteert voor maximaal gebruikseffect.

Reflecteren in de praktijk


Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Reflecteren is nodig om goed aan te sluiten bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. De wensen en vragen en dus ook de behoefte aan ondersteuning van de cliënt kunnen veranderen. Om dat te herkennen en daarop aan te blijven sluiten moet je zelf blijven groeien en ontwikkelen. Reflecteren kan je hierbij helpen.

Met reflectie neem je regie over je eigen handelen. Het helpt als je het gesprek aangaat en inzicht te krijgen in de effecten ervan. Je leert actief vragen te stellen over je eigen handelen en van je collega's en je ontdekt wat daarop van invloed is. Hiermee kun je de kwaliteit van zorg verbeteren. Reflecteren helpt ook je zelfvertrouwen te vergroten. Je wordt je namelijk bewust van je vooruitgang en wat er al goed gaat.

Wat is het doel?

De zorgprofessional weet: 

  • wat reflecteren is;
  • welke niveaus van reflectie er zijn;
  • het belang van reflecteren als middel om de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren;
  • met wie en met welk doel te reflecteren: situatie, cliënt, proces, zichzelf, team/collega’s en organisatie;
  • welke vormen, manieren en methodes er zijn om te reflecteren;
  • op welk moment het relevant is om te reflecteren;
  • dat elke (uitdagende) werksituatie een kans is om te leren en te ontwikkelen;
  • dat een groeimindset ontwikkelen helpt om effectief te reflecteren;
  • hoe een veilige reflectieomgeving te stimuleren voor zichzelf, collega’s, team en de organisatie;
  • dat reflecteren iets is waar je altijd aan moet blijven werken.

Seksualiteit



Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

In deze module helpen we de begeleider om kundiger te worden in de begeleiding van seksualiteit bij cliënten met een LVB, MVB of EVB. Het doel is aangaan van het gesprek over seksualiteit in de alledaagse praktijk met een focus op het normaliseren van seksueel gedrag (in alle lagen van de organisatie). 

Dit leertraject bestaat uit losse onderdelen waarmee de begeleider zelf een eigen leerpad binnen Seksualiteit kan maken, zonder vaste volgorde. Er is een bouwsteen met veel verschillende korte casussen en er is een uitgebreide interactieve casus waarbij jouw handelen het verloop bepaalt. Er is een introductie met theorie, je kunt ervaringsverhalen van anderen lezen en er is een game om samen met het team te doen. Verder geeft een toolbox een overzicht van de materialen die beschikbaar zijn in de markt en is er een ‘kletspot’ die je kunt gebruiken om het gesprek met cliënten op een laagdrempelige manier te openen. 

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • heeft kennis van seksuele ontwikkeling van mensen met een beperking;
  • kan het onderscheid maken tussen normaal seksueel gedrag en grensoverschrijdend gedrag;
  • begrijpt en begeleidt seksueel gedrag van cliënten;
  • is zich bewust van specifieke risico’s bij de doelgroepen LVB, MVB en EVB;
  • heeft respect voor de seksualiteit van cliënten en verzorgt met respect;
  • respecteert de grenzen van de cliënt zonder onderwerpen te vermijden;
  • is in staat in dagelijkse gesprekken seksualiteit en relaties bespreekbaar te maken;
  • heeft kennis van ‘normaal/gezond seksueel gedrag’;
  • heeft inzicht in eigen normen/waarden/grenzen/voorkeuren en kan daar adequaat mee omgaan;
  • is zich bewust van de omvang van het onderwerp seksualiteit en alles wat daarbij komt kijken (lichamelijke verschillen/identiteit/vriendschap en relaties. Kortom seksualiteit is meer dan seksuele bevrediging).

Sensorische informatieverwerking


Bekijk hier de online presentatie van dit leertraject.

Wat houdt het leertraject in?

Sensorische informatieverwerking (SI) beschrijft hoe we prikkels verwerken. De SI werkt bij iedereen ongeveer hetzelfde en toch net even anders. Iedereen heeft zijn eigen voorkeuren en behoeften. Als begeleider heb je niet alleen met jouw eigen voorkeuren te maken maar ook met die van jouw cliënten. Lang niet alle cliënten kunnen hun voorkeuren goed kenbaar maken. Daarbij is het voor veel cliënten lastig om de hoeveelheid prikkels die ze moeten verwerken te reguleren. Problemen met over- of onderprikkeling liggen dan op de loer.
Als begeleider is het belangrijk om kennis te hebben over de prikkelverwerking zodat je voor jouw cliënten goed kan gaan inschatten welke voorkeuren en behoeften ze hebben. Zo kan je activiteiten beter afstemmen op de individuele behoeften van de cliënt. Dit vraagt dat je een cliënt goed leert kennen en dat je alert bent op signalen.

Wat is het doel?

Na het volgen van de onderdelen voor begeleiders uit de module ‘Sensorische
Informatieverwerking’...

  • weet je welke zintuigen betrokken zijn bij SI;
  • weet je welke prikkels er allemaal op iemand af kunnen komen;
  • weet je hoe prikkels gefilterd en verwerkt worden;
  • ben je je bewust van jouw eigen voorkeuren op het gebied van prikkels;
  • weet je hoe de prikkelverwerking de alertheid en het gedrag kan beïnvloeden.

Spoedcursus Cliënten met een Ernstig Verstandelijke Beperking (EVB)


De spoedcursus EVB is voor medewerkers die gaan werken met mensen met een ernstige verstandelijke beperking.

Het begeleiden van mensen met een ernstige verstandelijke beperking kan veel voldoening geven, maar is ook een grote uitdaging. Vaak is er sprake van een complex beeld van beperkingen, zowel op verstandelijk, emotioneel als lichamelijk niveau.

De spoedcursus bestaat uit video’s, animaties en interactieve casussen op diverse gebieden die jou kunnen helpen bij het ondersteunen en begeleiden van mensen met een ernstige verstandelijke beperking.

Spoedcursus Cliënten met een Licht Verstandelijke Beperking (LVB)

De spoedcursus LVB is voor medewerkers die gaan werken met mensen met een licht verstandelijke beperking. 
Werken met deze doelgroep vraagt kennis van de beperkingen en mogelijkheden van mensen met een LVB en de vaardigheid om hierbij aan te sluiten.

Het begeleiden van mensen met een LVB kan complex zijn door andere factoren die meespelen. Naast de licht verstandelijke beperking kan er ook sprake zijn van een vorm van verslaving, een moeilijke woonsituatie of een stoornis in het autismespectrum.


De spoedcursus bestaat uit video’s, animaties en interactieve casussen op diverse gebieden die jou kunnen helpen bij het ondersteunen en begeleiden van mensen met een licht verstandelijke beperking.

Spoedcursus Cliënten met een Matig Verstandelijke Beperking (MVB)


De spoedcursus MVB is voor medewerkers die gaan werken met mensen met een matige verstandelijke beperking.

Het begeleiden van mensen met een matige verstandelijke beperking vraagt veel van de begeleiders, ook omdat er vaak sprake is van ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’. Naast de verstandelijke beperking kan iemand ook een stoornis hebben in het autismespectrum, een syndroom of een lichamelijke beperking.

De spoedcursus bestaat uit video’s, animaties en interactieve casussen op diverse gebieden die jou kunnen helpen bij het ondersteunen en begeleiden van mensen met een matige verstandelijke beperking.

Systeemgericht werken



Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?

Bij systeemgericht werken staat niet alleen de cliënt centraal, maar ook het systeem (familie en naasten) van de cliënt. Er is sprake van wederzijdse beïnvloeding. Dit betekent dat een verandering bij een persoon binnen het systeem voor verandering zorgt bij de andere mensen in het systeem. In de ondersteuning voor mensen met een beperking komt veel complexe problematiek voor waarbij oplossingen niet altijd voor de hand liggen. Technieken vanuit het systeemgericht werken kunnen helpen bij alledaagse situaties en bij vastgelopen situaties. De cliënt groeit het beste als er een samenwerkingsrelatie is tussen professionals en het systeem van de cliënt. De samenwerking zorgt voor de basis van een betere kwaliteit van leven van de cliënt. Aan dit leertraject is toegevoegd het begeleiden van gezinnen met complexe problemen. Dit is vanuit verschillende invalshoeken benaderd, van de ambulante gezinsbegeleider tot aan de begeleider op bijvoorbeeld een dagbesteding.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • bekijkt met zijn cliënt de voor hem belangrijke personen en wat zijn doelen zijn;
  • treedt in contact met de cliënt en zijn systeem om samen aan deze doelen te kunnen werken en te realiseren.

Verstandelijke beperking en Ontwikkelingspsychologie



Bekijk hier de online presentatie over dit onderwerp

Wat houdt het leertraject in?

Mensen met een verstandelijke beperking ontwikkelen zich anders dan mensen zonder verstandelijke beperking. De groep mensen met een verstandelijke beperking is erg divers, evenals de groep begeleiders. Begeleiders lopen tegen gelijksoortige uitdagingen en belemmeringen aan:

  • Verschil tussen uiterlijke presentatie versus ontwikkelingsniveau;
  • Inschatten van het niveau van de cliënt;
  • Verschil tussen cognitief en sociaal emotioneel niveau;
  • Onderschatten en overschatten van cliënten;
  • Het integreren van verschillende ontwikkelingsgebieden en dit vertalen naar de zorg: wat heeft iemand nodig?;
  • Het integreren van verschillende cliëntbehoeften wanneer er sprake is van samenwonen van verschillende cliënten op 1 locatie.

Kennis en begrip van ontwikkelingspsychologie kan de begeleider helpen bij deze dilemma’s en uitdagingen. Ontwikkelingspsychologie biedt een kader waarbinnen de samenhang te zien is tussen afzonderlijke gedragingen. Het helpt daarmee om gedrag te kunnen plaatsen en een inschatting te maken van de mogelijkheden en beperkingen van de cliënt.

Wat is het doel?

De zorgprofessional:

  • herkent gedrag dat bij het ontwikkelingsniveau van de cliënt past;
  • kent de deelgebieden van de ontwikkeling;
  • begrijpt hoe de verschillende ontwikkelingsniveaus zich tot elkaar verhouden;
  • sluit in de begeleiding aan bij het ontwikkelingsniveau van de cliënt;
  • weet waar zij verdiepende achtergrondinformatie, werk- en praktijkondersteuning kan vinden indien daar behoefte aan is.

Wet Zorg en Dwang


Bekijk hier de online presentatie over dit leertraject

Wat houdt het leertraject in?       

De wet Zorg en Dwang regelt de rechten van mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening die onvrijwillige zorg krijgen. Tot 2020 vielen gedwongen opnames en gedwongen zorg voor mensen met een verstandelijke beperking onder de Wet BOPZ. Die wet is primair gericht op psychiatrische behandelingen in een psychiatrisch ziekenhuis. De nieuwe wet Zorg en Dwang sluit beter aan bij de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.

Wat is het doel? 

De zorgprofessional:

  • heeft kennis van de veranderingen door de wet Zorg en Dwang;
  • weet hoe hij in zijn dagelijkse praktijk met de wet Zorg en Dwang aan de slag gaat.